Excursies van ooit

Maandagmorgen 13 juni 2005, stond er een excursie, naar de Eper beken op het programma. Onder leiding van een deskundige van het waterschap mochten we het gebied in. Met tien mensen van de werkgroep, liepen we langs de kant van de spreng, over een drassig verende ondergrond, tot aan de sprengkop, waar het water de grond uit borrelde.
Sprengkop waar het water naar boven sijpeld. 
De door mensenhanden, vanaf een sprengkop (bron) gegraven beken noemt men sprengen en ze waren bedoeld voor het laten draaien van verschillende molens, zoals houtzagerijen, wasserijen, papiermolens en maalderijen. Dit waren de kleinschalige voorlopers van het industrieel tijdperk. Een paar jaar geleden is er een herstructurering van de beken gemaakt en nu is er een enorme rijkdom aan vegetatie te zien. Aan fauna hebben we ook nog van het een en ander genoten. Insecten die elders niet zoveel meer voorkomen, een buizerd liet zich nog even goed bekijken, and last but not least, de zwarte specht. Er is een foto serie gemaakt, zodat we het nog eens kunnen bekijken. Het gebied is niet toegankelijk voor publiek, wel zijn er, op korte afstand, mooie fietspaden aangelegd, waar ook veel te zien isVoor foto’s zie: .https://myalbum.com/album/e4ohDC4bmL5I

In de krant van 7 oktober 2005
beekprik
Vandaag las ik het onderstaande artikel. Op 13-6 dit voorjaar zijn wij er op excursie geweest. Vetje (Leucaspius delineatus) , Eltrits (Phoxinus phoxinus) en Beekprik (Lampetra planeri) in beken Epe.Van onze correspondent
EPE - In de beken ten zuiden van Epe, de Klaarbeek en de Verlorenbeek, komen zeldzame vissoorten voor. Dit blijkt uit onderzoek van waterschap Veluwe. Een heel bijzondere vangst was die van het vetje. Deze vissoort, die in Nederland weinig voorkomt, is nog niet eerder in de Veluwse beken gevangen. Andere vissen die werden aangetroffen zijn de beekprik, de elrits en het Bermpje (Barbatula barbatula). Ook de Rivierdonderpad (Cottus perifretum) werd gesignaleerd. Volgens het waterschap komen de vissen vooral voor in schone, permanent stromende, ondiepe beekjes met veel afwisselende begroeiing. Door herstelwerkzaamheden moeten er weer meer van zulke beken komen.
-------------------
Fotoalbum 2006: https://myalbum.com/album/ElJlxkfSWZFv
-------------------
Stadsplanten excursie Utrecht op 14-6-2006.
schooltuinen
Met voldoening zien wij terug op onze excursie van maandag, waaraan negen personen van de werkgroep deel namen. Er kwam veel informatie over ons heen. Na een hartelijke ontvangst met koffie en iets erbij, trokken we met de stads-ecoloog de wijk in. Het natuurcentrum is direct aan het spoor gelegen. Al meteen deed zich een interessante gelegenheid voor. We beklommen het spoortalud en tussen de sporen zagen we een rode gloed van het Klein Robertskruid (Geranium robertianum). De zaadjes werden uit het zuiden van Limburg door de treinen, in korte tijd over het hele land verspreid. Onderaan het talud waren schooltuinen gesitueerd.  Wat die kinderen er van maken is echt te bewonderen. Mooi hak-onkruid, als Kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia L.) was er te zien.  Op een braak stuk grond, vielen de rode bloempjes op van het Guichelheil (Anagallis arvensis subsp. Arvensis).

De volgende locatie was de 
woonwijk Tolsteegplantsoen.

Interessant wat er allemaal te zien is, dankzij de bewoners die de natuur een beetje hun gang laten gaan, door niet alles weg te plukken, wat tussen de stenen en richels groeit. Het Kaal Beukkruid (Herniaria glabra), verschillende varens en zomer fijnstraal, zijn de soorten waarbij we even uitgebreid hebben stilgestaan, evenals de varensoorten: steenbreek-, mannetjes- en tongvaren, die vanonder de putdeksels naar buiten groeien. We hebben een paar deksels geopend en de planten eronder bewonderd. Het viel ons op dat de opengewerkte, scharnierende deksels het jaartal 1953 bevatten. Verderop in de wijk groeiden nog de volgende planten: Muursla [Mycelis muralis], Akkerkers (rorippa silvestris], het Paperclipje en Kransgras, dat sinds 2001 in ons land voorkomt en voornamelijk in de stad, vanwege de iets hogere temperatuur. Dat is ook het geval met het Duitse viltkruid, dat aan de voet van een cederboom groeit en ondanks de onkruidschoonmaak die de gemeente elk jaar uitvoert, terug komt. kruipertje een halmgras, de dropplant, met een echt sterke geur van drop aroma en het voor sommige dieren dodelijk giftige Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea), De gids vertelde ons dat de grond die onder de nu afgebroken huizen, meer dan 100 jaar geleden gebouwd, nog zaden bevatten die ontkiemen en weer gaan groeien in de nieuw gebouwde wijken op die plaatsen.

Beatrixpark was de derde locatie die we bezochten. Een gedeelte was afgesloten met een hek, waarvan de gids een sleutel had. Een mooi natuurpark en dus geen keurig aangeharkte paadjes. Het gras wordt twee keer per jaar gemaaid, zodat dit op het ogenblik, hier en daar, meer dan een meter hoog staat. De ligging is in een overgangsgebied van veen naar natte klei. In het voorjaar groeien er  Kievitsbloemen, waarvan nu de zaadknoppen nog te zien zijn. Tussen de vele hoge grassoorten en bekende planten, zagen we o.a. Moerasspirea, Moeraslathyrus, veel Smeerwortels in bloei en ook veel Groot Hoefblad, Beemdkroon (Knautia arvensis), Beemdlangbloem (Festica pratensis), Kale Jonker (Cirsium palustre). In een van de vele sloten groeide Waterviolier (Hottonia palustris). Het tweede gedeelte van het park maakte destijds deel uit van de Holland waterlinie en liep omhoog tegen een dijk op. Hier groeide door verkeerde behandeling van de grond, veel heermoes, maar ook o. a. de op de rode lijst staande Bochtige Klaver, die veel op de gewone rode klaver lijkt. Er staat ook heel veel inlandse Berenklauw. Ten slotte zagen we Agrimoni. De meidoornstruiken waren jammer genoeg aangetast door de spinselmot.

Park Bloeyendael, 
Ratelaarveld
was  het vierde en laatste gedeelte van onze excursie. Van dit gedeelte van het park heb je geen idee, dat het midden in de stad en dicht langs de snelweg ligt. Hier troffen we een gastvrije imker aan, die ons bij het begin van de rondleiding koffie of thee aanbood. De man had zorgen over verdwenen bloemen van twee zeldzame plantensoorten, die waarschijnlijk geplukt waren door onwetende mensen, die het aardige bloemen voor op een vaasje vonden en daarmee ook onwetend een fikse boete riskeerden. Wij gingen vervolgens met de gids mee naar de enige kalkrijke roggeakker, die ons land, sinds 1990 nog rijk is. De vele bloeiende bolderiken (Agrostemma githago) vielen ons meteen op. Wij doen al jaren ons best om ze in onze roggeakker te krijgen en met een ervan zouden we ons al rijk voelen. Ook korenbloemen (Centaurea cyanus) groeien er dat het een lust is. Roze vossenstaarten (Alopecurus aequalis) en groot spiegelklokje (Legousia speculum-veneris), alles in grote aantallen in een dicht begroeide akker met rogge. Verder op langs het water bloeien rietorchissen (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa, synoniem: Dactylorhiza praetermissa), in het water wolfspoot (Lycopus europaeus). En op het laatst van de rondleiding, zagen we veld vol met ratelaars.

De vijfde en laatste rondleiding mislukte, omdat straten wegens werkzaamheden waren afgesloten. We nuttigden de aangeboden koffie of thee in het gezellige tuinwerkhuis, gebouwd in de vorm van een nautilus. Daarbij kregen we nog heel veel informatie over bijen mee naar huis. Een goed boek over stadsecologie is: Stadsplanten, geschreven door Ton Dekkers en kost €20,--. ISBN: 90.5956.075.2
( Over korenbloem in de streektaal





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen